Myanmar: het pure onontdekte Azië

 

In 2012 maakte ik mijn eerste grote reis door Zuidoost-Azië. Ik ging toen backpacken door alle buurlanden, maar Myanmar had nog niet zo lang haar grenzen geopend voor toerisme. Het bleef destijds mijn droom om daar eens naar toe te gaan. Een visum regelen was nog een aardig gedoe en met een krap schema lukte het mij niet om van Thailand het avontuur over de grens aan te gaan. In 2016 is alles anders! We hebben een jaar; we hebben alle tijd. Tijd, voor Myanmar! In Bangkok hebben we een week van te voren het visum geregeld en nu is het zover. Vanaf Chiang Mai pakken we de bus naar hèt land van Zuioost-Azië dat nog puur, avontuurlijk, ongerept en authentiek is. We treffen geen voorbereidingen, hebben slechts een globale planning en duiken er midden in!

Het startpunt voor backpacken in Myanmar: het karstgebergte van Hpa An

Als we rond drie uur ’s middags te voet de Thaise douane binnen lopen, ontmoeten Suus en ik twee Nederlandse meisjes, Julia en Mirjam. Ook zij hebben geen agenda en laten zich verrassen door het avontuurlijke Myanmar. We besluiten al snel dat we beste vrienden zijn voor een dag en lopen met zijn vieren, hoe toepasselijk, over de Friendship Bridge richting de Myanmarese kant van de grens.
Als we verschillende internetbronnen en ervaringen van andere reizigers moeten geloven dan gaat dit land ons overvallen op het gebied van gastvrijheid en vriendelijkheid. En ja, zo ongeveer de eerste Myanmarezen die we ontmoeten, de douanebeambten, heten ons welkom alsof we oude schoolvrienden zijn die op de koffie komen.

In een woonkamersetting lachen we om de grapjes van deze mannen met humor, terwijl ergens tijdens het kringgesprek nog wat stempeltjes worden gezet. Eén van de mannen loopt meteen mee de grens over, helpt met het tillen van de bagage en begint af te dingen bij de taxichauffeurs. Of we nu willen of niet, deze man wil ons zo snel mogelijk heel Myanmar laten zien; ondertussen ratelt hij namelijk alle interessante plekken op die we niet mogen missen. Met onze nieuwe vrienden hobbelen we in een gammele taxi door naar Hpa An, voor een eerste ontmoeting met het land van het grote avontuur: backpacken in Myanmar!

Een tuk-tuk voor een dag, kost in Myanmar praktisch niks; zeker als je met zijn vieren bent. Toch blijft het een sport om ook hier te blijven afdingen en nog net die paar euro eraf te krijgen, gewoon omdat het kan. Het grappige is dat ze hier nog niet zo bekend zijn met de toeristen, waardoor ze zelf ook geen idee hebben wat een schappelijke prijs is. Vergeleken met Thailand is vooral het vervoer daardoor ontzettend goedkoop.

Wat een uitzicht als we beginnen met backpacken door Myanmar.
Ons eerste uitzicht wanneer we backpacken in Myanmar; een blik vanuit het hotel is veelbelovend.

Duizenden gouden Boeddha’s in de Lumbini Garden

We rijden langs de Lumbini Garden, een groot veld tussen de machtige bergtoppen, waarin wel 1100 Boeddha’s nauwkeurig zijn gerangschikt; een bizar gezicht. Het is ook even wennen dat er zowaar geen andere Hollanders rondlopen met Chang-hemdjes en olifantenbroeken. Of Chinezen, die met de selfiesticks per ongeluk de neus van Boeddha eraf brokkelen, terwijl ze druipend onder een mengsel van zweet en Sunblock in je nek staan te hijgen. Nee, ik denk dat Myanmar ons wel gaat bevallen.
Het wordt helemaal mooi als we langs een azuurblauwe natuurlijke bron rijden, waar een bordje staat met ‘no female allowed’. Het lijkt erop dat ik alles voor mij alleen heb vandaag! Aan de voet van een groot altaar met Boeddha erop is het de bedoeling om jezelf hier symbolisch te reinigen. Met een graadje of dertig is het echter ook gewoon heerlijk om hier ‘symbolisch’ een chille duik te nemen! Terwijl de dames aan de koffie zitten in de lokale bar verderop, trek ik een paar baantjes door het paradijs.

Het hoogtepunt van de dag is Chau Kan Lat, een groot meer met een aantal steile bergen erin. Daarop staat weer een grote gouden pagode die op een onmogelijke plek is gebouwd. We komen erachter dat we op alle heilige plekken onze schoenen uit dienen te trekken. Waar ik nog kan leven met ‘no females allowed’ voor een beetje rust aan mijn hoofd, heb ik toch wat moeite met ‘no shoes allowed’. Nu snap ik wel dat ieder land zo zijn gebruiken heeft, maar dan moeten ze er misschien wel een krabber bij geven om achteraf die drie kilo duivenstront van je voeten af te schrapen. Of misschien is een bordje met ‘no pidgeons allowed’ een idee? Ach, we moeten er maar schijt aan hebben, want wat dit zouden we nog vaak tegenkomen in Myanmar.

Mysterieuze tempelgrotten

In de buurt bezoeken we nog een hoop tempelgrotten, waar mijn Boeddha-teller inmiddels op hol geslagen is. Ook zien we veel apen, die op zich best schattig zijn, maar er met je schoenen vandoor gaan terwijl jij met je voeten door die duivenstront banjert. Wacht, dit zeg ik verkeerd, want bij de grotten is het voornamelijk vleermuizenpoep die nog net iets hardnekkiger onder het hieltje blijft hangen.
We sluiten de kennismaking met Hpa An af met een groot diner op Myanmarese wijze. Dat wil zeggen: tientallen bakjes en gerechten op tafel, onbeperkt rijst bijbestellen en wegspoelen met de aangename smaak van Myanmar’s bekendste biermerk, met een naam waar vast vijftien creatievelingen wekenlang hun hoofd op gebroken hebben: Myanmar Beer. Het leven is goed hier en we genieten met volle teugen, maar we nemen toch afscheid van onze ‘beste vrienden voor één dag’ en gaan verder op ontdekkingsreis.

Het startpunt als je gaat backpacken in Myanmar is Hpa An, vlakbij de grens met Thailand.
Nergens anders ter wereld kan je zoveel boeddha’s per vierkante meter vinden. Hpa An is de eerste stop als je vanaf Bangkok gaat backpacken naar Myanmar.

De heilige Golden Rock

Tussen Hpa An en de volgende stad Bago ligt een bijzondere plek die we niet willen overslaan. Met een ritje achterop de brommer, een lokaal busje en soort open truck – geloof me, dat klinkt ingewikkeld, maar alles in Myanmar gaat praktisch vanzelf – komen we aan in een godvergeten gehucht op de berg Kyaiktiyo. Dat is het leuke van backpacken in een land als Myanmar; je komt bijna nergens toeristen tegen.

Het dorpje Kim Pun ligt in puin, stinkt, heeft nog niet één hotel waar je ook maar de balie zou willen aanraken en in het midden van een groot plein staat een soort Jukebox die een concert van Armin van Buuren makkelijk zou kunnen overstemmen, met kraken welteverstaan. Wat moeten we hier? Nou, vanaf dit ‘kutopia’ gaat het enige vervoersmiddel naar de bergtop, waar een beroemde heilige goud-geverfde steen balanceert op de rand van de afgrond: de Golden Rock!

Alles komt ‘letterlijk’ neer op een haartje van Boeddha

Boeddhisten geloven dat de rots balanceert op een haar van Boeddha; het is één van de grootste bedevaartsoorden van het land. De weg naar boven is eigenlijk de grootste attractie. Met ongeveer veertig locals verzamelen we ons in de achterbak van een grote vrachtwagen en in een op hol geslagen achtbaanrit dank ik Boeddha nog altijd dat we überhaupt nog hebben geleefd om die gouden kiezelsteen te kunnen aanschouwen. Wanneer het noodweer losbarst en we op elkaar gepropt, al elleboog stotend en ogen uitprikkend, onze poncho’s aan proberen te trekken, lijkt het al helemaal alsof we in zo’n waterattractie in Walibi zitten. Alleen dan niet met een vrolijk muziekje en een foto op het einde, maar met een hoop gegil en een tand door je lip. Ach, je bent op vakantie hè, dus je probeert er nog van te genieten ook. Suus en ik gooien onze handen in de lucht en slingeren soms bijna uit de auto, maar we blijven lachen!

De Golden Rock zelf is, zoals verwacht, inderdaad niet veel meer dan een gouden rots op de rand van een ravijn. Hij is wel enorm fotogeniek, zeker als de mist optrekt en de zon door begint te komen. Ondertussen zien we een andere toerist, een malloot, die test of die ene haar van Boeddha wel stevig genoeg is, want hij neemt een aanloop en begint als een bezetene die rots van de rand te duwen, zonder resultaat. Die mensen bestaan ook, blijkbaar.

Omdat een foto meer zegt dan duizend woorden; wat een bizarre plek!

De gouden stoepa´s van Bago

Vanaf de Golden Rock reizen we door naar Bago, een grote chaotische stad die op het eerste gezicht niet heel bijzonder lijkt. Maar, de grote gouden stupa is bijvoorbeeld de grootste van heel het land en ook één van de grootste kloosters van het land is hier gevestigd. We grijpen wederom een tuk-tuk-chauffeur bij zijn kraag en laten ons een dagje rondrijden. Vooral het klooster is indrukwekkend. We zien honderden monniken aan de studie in een groot klaslokaal en nemen een kijkje in hun dagelijks leven. Vooral de keuken zal Suus nog lang blijven achtervolgen in haar ergste nachtmerries. Zo vies, dat een rat er nog niet zou durven te poepen. In een stank die onze ogen doet tranen zien we hoe de rijst meer zwart dan wit gekleurd is door de vliegen, terwijl de groenten lekker liggen te rotten in het zonnetje. Ik heb er honderd euro voor over om een aflevering te zien waarin Rob Geus van ‘Red mijn vakantie’ hier met zijn hygiëne-koffertje doorheen wandelt. Wat een gouden televisie zou dat opleveren.

We maken een tochtje langs de bizarre contrasten van de stad, waarin de vuilnisbelten en dure gouden tempels naadloos in elkaar overvloeien. Het is een indrukwekkend gezicht, maar om de woorden van die Rob Geus maar te gebruiken: ‘hier word ik niet vrolijk van’. De armoede is schrijnend, maar de mensen zijn ongelofelijk positief en vriendelijk. Daar kan je niet anders dan vrolijk van worden, dat dan weer wel.

Goud moet maar net je kleurtje zijn als je gaat backpacken in Myanmar.

Myanmarese wijnen en boottochtjes op het mystieke Inle Lake

Suus en ik zijn inmiddels al een dag aan het bijkomen aan de rand van Inle Lake. En dan komen ook onze vrienden Mirjam en Julia ons weer opzoeken. Ze reizen toevallig dezelfde route, maar ondertussen weten Suus en ik wel hoe de vork in de steel zit. We zijn ook gewoon veel te gezellig om mee op pad te zijn. We besluiten om onze vriendschap te promoveren naar de titel ‘beste vrienden voor een week’ en zo besteden we met zijn allen een paar dagen aan deze bijzondere plek. Op en om het mystieke Inle Lake wonen verschillende traditionele stammen die op hun eigen manier leven, eten verbouwen en allerlei lokale producten maken met de hand.

Fietsen is een must-do als je gaat backpacken in Myanmar!

Allereerst maken we een fietstocht, waarbij we tussen de uitgestrekte groene bergen langs het grote diepblauwe meer fietsen. We komen uit bij een dorpje op palen aan de oever en varen met een lokale visser mee naar een ‘drijvend’ dorpje voor een maaltijd op het meer. De fietsroute is waanzinnig. Zo mooi, dat een fietstochtje in Amsterdam of Rotterdam voor ons voor goed bedorven is. Terwijl we over de steigers fietsen zien we de kinderen met de boot naar school gaan, de boeren van het land komen en de vissers met hun netten in de weer.

We belonen een dagje bikkelen op de fiets met een stijlvol uitstapje op één van de bergtoppen. In deze regio ligt namelijk een aantal wijngaarden waar echte Myanmarese wijnen worden gemaakt! Voor een habbekrats hebben we een hele wijnproeverij op tafel en voor een halve habbekrats zet het vrouwtje er ook nog een kaasplankje bij. Wow, de setting met de zon die bijna ondergaat is net als in Zuid-Frankrijk.. Maar nee,dat is de wijn helaas niet. Het idee is leuk en de ervaring ook, maar Myanmarezen kunnen beter gewoon dat heerlijke Myanmar Beer blijven brouwen. We liggen bij elke slok wijn in een deuk; dan is de eerste smaak een keer redelijk, komt er weer een nasmaak van Dreft waar je bijna je tong van zou willen inslikken.

Dit kom je zeker tegen tijdens backpacken in Myanmar: Sigaren en Longnecks

Op onze tweede dag varen we naar alle uithoeken van het meer. Zo zien we de zilversmid aan het priegelen met lokale sieraden; de weverijen waar dames het klokje rond aan het zwoegen zijn; de vissers die balancerend op een smal houten plankje, handen en voeten gebruiken om te peddelen, sturen en ook nog eens een visnet binnen hijsen; en rook ik een vers gedraaide vanillesigaar in de lokale tabakwinkel. Ook zien we de Longnecks, de vrouwen met de lange nekken die we eerder in Thailand zagen, maar oorspronkelijk dus hier vandaan komen. Het blijft een bizar gezicht als de vrouwen ons vriendelijk welkom heten terwijl ze amper kunnen bewegen en als een soort opgezette giraffen op hun bankje zitten.

Het eten in Myanmar is nog altijd heerlijk, zeker als we afsluiten bij ons favoriete restaurantje in Inle Lake, dat door een familie wordt gerund. We zijn er kind aan huis en de beste man geeft ons onbeperkt kroepoek met een pittig sausje waar we verslaafd aan zijn. Toen ik hem vroeg of er ook een happy hour was, creëerde hij speciaal voor zijn beste klanten een oneindig durende ‘happy 24-hours’, waardoor het bier ook praktisch gratis is. Het waren simpele en gelukkige tijden; we hadden nog geen idee dat het eten in Myanmar ook weleens heel anders kan vallen..

Nog een hoogtepunt van backpacken in Myanmar: Inle Lake.
Het is Venetië maar dan net anders, met een Aziatisch sausje. Echt een hoogtepunt van backpacken in Myanmar.

Van de koninklijke hoofdstad Mandalay naar de ‘middle of nowhere’ in Hsipaw

We reizen verder naar het noorden en komen aan in de laatste koninklijke hoofdstad van het Birmese rijk, Mandalay. Voordat in het zuiden de stad Yangon opbloeide en de rol van hoofdstad overnam, was Mandalay een machtige rijke stad met grote stadsmuren, paleizen en gouden tempels.

Voor een mooi uitzicht over die koninklijke stad lopen we 1729 beroemde treden naar boven, naar de top van Mandalay Hill. Onderweg komen we de meest opvallende boeddhabeelden tegen met veel goud, glimmende tierelantijntjes en flitsende LED-lampjes. Soms lijkt het wel meer op een casino dan op een tempel. Uiteraard bereiken we de top met een flinke schoenzool duivenpoep onder onze voeten en met de hoeveelheid zwerfhonden hier in Mandalay, moet je af en toe nog uitwijken voor een flinke bruine landmijn. Het uitzicht is wel waanzinnig; we zien de ommuurde stad, het paleis en tientallen gouden stupa’s in de omgeving.
Bij gebrek aan een tuk-tuk en de aanwezigheid van een goede deal met een taxichauffeur, worden we vandaag als VIP’s door de stad gereden.

Het grootste boek ter wereld?

We bezoeken het grootste boek ter wereld; deze heeft de vorm van 729 kleine pagodes met elk een gigantische bladzijde erin van een Boeddhistisch verhaal. Ook zien we de belangrijkste Boeddha van het land, waar de lokale bevolking bij wijze van gebed een handje vol gouden folie koopt en op het lichaam van Boeddha plakt. Door de jaren heen is er een soort Boeddha-monster met obesitas ontstaan; zoveel goud klontert er aan zijn lichaam. Ik bekijk dit fenomeen van dichtbij en in serene rust en stilte, want de dames zijn weer eens ‘not allowed’. Zo heb ik elke dag wel weer ergens een momentje voor mezelf. Myanmar is eigenlijk net als de zender Veronica: ‘méér voor mannen!’.

Mandalay is een stad die het moet hebben van de records, want aan het einde van de dag bezoeken we ’s werelds langste houten brug U Bein. Als de zon ondergaat zitten we op een provisorisch ingericht terrasje, vlak onder het midden van de brug op een klein eilandje in de rivier; volgens mij de beste locatie van alle cafés in Myanmar. We proosten op de geweldige reis tot nu toe.. Vervolgens vinden we ook nog eens een tentje waar we na maanden genezen worden van een chronisch hamburgertekort. OH MY BUDDHA! Nergens in Azië vind je zulke lekkere hamburgers als bij de BBB-bar in Mandalay. En dan nog met patat erbij, dikke klodders mayonaise, bier.. voor een paar euro per persoon. We wisten alleen nog niet dat dit pure genot later bekend zou staan als ons ‘laatste avondmaal’: de laatste keer lekker eten in Myanmar.

De zon gaat onder bij ’s werelds grootste houten brug in Mandalay.

Drank en stank in Pyin Oo Lwin

Vanaf Mandalay pakken we een tuk-tuk en reizen door naar een klein plaatste genaamd Pyin Oo Lwin: een klein pittoresk stadje dat niet persé heel bijzonder is, maar voor ons voor nogal wat problemen zorgt. Dit is in alle waarschijnlijkheid de plek des onheils, waar onze lieve magen besloten zich tegen ons te keren. Met het eeuwenoude ritueel van heen en weer rennen naar de WC tot gevolg, ach, u kent het wel. Aan de race, de dunne, als een vogel die aan kaketoe is.

Wanneer een tropische regenbui ons dwingt om de dag binnen te zitten, kaarten we wat en eten we bij een lokale tent die er niet eens zo verkeerd uitziet. Dan komt Mirjam van de WC, door de keuken heen en staat met open mond van verbazing in de deuropening. De keuken van de monniken in Bago schijnt een schoonheidssalon te zijn vergeleken met dit bacterie-pretpark. We denken er verder maar niet te veel over na, gaan uit verveling een avond flink aan de fles – een fles lokale gin kost namelijk maar een euro – en worden de volgende dag wakker met verschillende klachten. Nou ja, dezelfde klachten eigenlijk, maar uit verschillende gaten. Laat ik het zo maar even noemen.

Bekijk hier ook de video waarin we backpacken in het avontuurlijke noorden van Myanmar

Als het enigszins beter gaat pakken we de langzame trein naar Hsipaw. Deze trein is zelfs de reden van ons bezoek aan dit vergiftigingsoord, want de treinrit staat bekend als één van de mooiste ter wereld. Halverwege passeert het gammele oude treintje een ravijn van driehonderd meter over een bruggetje waar zelfs een vogel spontaan hoogtevrees van krijgt. Als we er stapvoets overheen rijden, film ik naar beneden vanuit de deuropening, waar overigens geen deur in zit. Suus zit tijdens dit stukje zo’n beetje IN de bank; en terecht, want hier blijken weleens mensen naar beneden te zijn gevallen. Een spectaculair einde, dat wel!

Onze vriendelijke gids en ons clubje rampentoeristen in de rimboe van Myanmar.

In Hsipaw hebben we het slechte eten nog niet helemaal verwerkt, maar we beginnen aan een epische hike door de ‘middle of nowhere’ naar één van de meest afgelegen dorpjes van het land. Hier kunnen we het echte authentieke Zuidoost-Azië zien, alsof we terug in de tijd reizen. Veel puurder en ongerepter dan dit wordt het niet.

Hiken in de tropische hitte

We regelen een gids, trekken (de stoute) schoenen aan, WC-rol-to-go in de aanslag en gaan! Door een knalgroen decor van uitgestrekte rijstvelden tussen de bergtoppen lopen we zo’n twintig kilometer richting het kleine dorpje Pankam. En wat hebben we het zwaar. Terwijl we al een paar dagen al onze energie letterlijk in de WC zien verdwijnen, lopen we vandaag in maarliefst 38 graden naar een hoogte van duizend meter. Het zweet gutst over onze lichamen; ik hoopte zeker op goed weer, maar volgens onze gids is dit het meest vervelende weer dat we kunnen treffen. Er is geen wolkje aan de lucht en in vloeibare vorm bereiken we totaal uitgeput het dorpje. Tsja.. backpacken in Myanmar gaat niet altijd over rozen.

Terwijl de dames een potje kaarten, ga ik na de lunch alvast even liggen in de slaapkamer van ons gasthuis. We slapen bij een lokale familie thuis en dat is behoorlijk back to basic! We douchen buiten met een emmer water; slapen op een zoldertje met een matje in een klamboe en eten wat de ouderwetse kookpot op het haardvuurtje schaft! De sfeer in Pankam is onbeschrijfelijk; we zijn echt in een middeleeuwse wereld beland. Als mijn schoonheidsslaapje erop zit, maken we een wandeling door het dorp. We drinken thee bij de ‘chief’, de baas van het dorp. Dan bezoeken we verschillende lokale boeren en bekijken hun traditionele huizen.

Tot slot nemen we een kijkje bij de lokale school en ontmoeten een groot aantal kinderen van het dorp. Iedereen is uitgelaten om ons te ontmoeten. Natuurlijk komen hier wel vaker reizigers langs, maar dit blijkt erg beperkt tot een tiental mensen per week. De kinderen zijn door het dolle heen en oefenen graag hun nieuwste liedjes uit de Engelse les. Prachtig om te zien.

Zwemmen tussen de hangjongeren in een lokale waterval

Op de weg terug is het weer omgeslagen. Nu glijden we bijna van de helling af, omdat het veel regent. Zo nu en dan hoor je weer één van ons neerploffen op de grond; gek genoeg is Suus de enige die nog een beetje blijft staan! Als de zon later op de dag toch weer even komt kijken en de temperatuur weer langzaam naar de dertig loopt, springen we in de lokale waterval om af te koelen. Een stuk of twintig uitgelaten jongens kunnen uiteraard hun ogen niet geloven. Er springen opeens drie knappe blonde dames in hun natuurlijke zwembadje. Vanaf een rots waag ik nog een sprong en we zwemmen rond aan de voet van de waterval.

Liefst zouden we hier nog wel wat langer blijven, want dit is volgens mij de mooiste plek van Myanmar. Maar goed, we moeten verder, op weg naar die andere veel bekendere mooie plek van het land.

Heerlijk afkoelen van het backpacken door het snikhete Myanmar.
Wij nemen de bus naar het zwembad. De kinderen in Myanmar lopen kilometers naar deze geweldige verfrissende waterval.

Dé must-do tijdens backpacken in Myanmar: de jungle met de duizend tempels in Bagan

We zijn al bijna twee weken aan het backpacken door Myanmar en dan moet het hoogtepunt nog komen. Althans, wie van te voren wat informatie opzoekt en plaatjes googelt van Myanmar ziet ongetwijfeld al snel Bagan langskomen. Deze plaats is vergelijkbaar met Angkor Wat in Cambodja, waar we eerder deze reis nog waren. Er staan maar liefst vierduizend tempels verspreid over een sprookjesachtig gebied, midden in de jungle. Suus en ik sluiten hier de reis door Myanmar af en nemen afscheid van onze beste vrienden voor anderhalve week. Zo noemen we Julia en Mirjam inmiddels. Het zal zwaar zijn en even wennen; maar zij hebben nog wat langer de tijd en zullen het nu zonder ons moeten doen! We krijgen wel net op tijd een gouden tip mee, waar we wat aan zullen hebben in Bagan.

Met een lokale bus en een beetje alertheid, kun je namelijk vermijden dat je in Bagan een toeristenpas moet aanschaffen. Deze kosten namelijk twintig euro per persoon, een redelijke aanslag op je dagbudget. Zo worden wij niet bij controleposten uit de bus getrokken en kunnen we naar hartenlust rondtuffen op onze gehuurde E-bike. Deze elektronische scooter blijkt het nummer één vervoersmiddel te zijn in Bagan.
We bezoeken tientallen tempels, de één nog mooier dan de ander, beklimmen er hier en daar één voor een waanzinnig uitzicht en wachten op de Shesandaw, dé tempel met het allerbeste uitzicht, tot de zon ondergaat. Wat een uitzicht; een volgend hoogtepunt van de wereldreis, die toch al belachelijk mooi begint te worden. Bagan van bovenaf zal voor altijd op ons netvlies staan.

De honderden prachtige stoepa’s blinken goudkleurig als de zon daalt in de namiddag.

Wordt vervolgd..

Maar we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet. We steken de grens over, terug naar Thailand en zijn onderweg naar Laos. Dit volgende waanzinnige avontuur kun je hier vinden. Daarna wachten de Malediven, Sri Lanka, Nepal, India, Zuid-Afrika en nog heel ver weg zelfs een avontuur in Amerika. Het woord ‘episch’ begint steeds meer een understatement te worden van wat we beleven op deze reis. Die honderden prachtige plekken, duizenden mensen die we ontmoeten, die cultuurverschillen.. Die heerlijke gerechten en zo af en toe, ja mam, een lekker biertje erbij en een feestje. Normaal leven zal nog lastig worden. Of is dit juist normaal leven? Hoe dan ook; reizen is het aller mooiste dat er bestaat.

Leave a reply

Your email address will not be published.

Theme developed by TouchSize - Premium WordPress Themes and Websites