Backpacken in Noord-Thailand: Safari’s, Indiana Jones tempels en Longnecks

Inmiddels is bekend dat de wereldreis van dit jaar, een echte reis om de wereld zal worden. Mijn vriendin Suus en ik hebben voorlopig nog de tijd, we leven tenslotte maar één keer en daarom zullen we dan ook alle werelddelen doorreizen tijdens ons grote avontuur. Waar we tot nu toe gefocust waren op Azië en Oceanië, zullen we in het tweede deel van de reis nog door Afrika en Amerika reizen; en in Amerika zelfs van Noord naar Zuid! Maar zo ver is het nu nog niet; we zijn halverwege het jaar en zijn nu voor de vijfde keer in één jaar Thailand. Voor we gaan backpacken in Noord-Thailand gaan we terug naar de stad die zo’n beetje als thuis begint te voelen, Bangkok!

Dus dit keer geen Grand Palace, Wat Po of floating market, want dat kennen we allemaal al. Nee we boeken een paar heerlijke hotels met zwembaden, eten zo veel en zo vaak mogelijk een Pad Thai bij de lekkerste streetfood-kraampjes en nog belangrijker: we regelen hier alvast ons visum voor Myanmar. Dat zal het volgende land zijn op de waslijst aan levenservaringen en cultuurschokken, maar nu eerst nog even: Thailand!

Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwe video’s die uitkomen? Abonneer je dan hier op mijn YouTube-kanaal!

De lekkerste en goedkoopste street food ter wereld vindt je in Bangkok!

Een houten meesterwerk en een broodje kroket in het ‘Russische’ Pattaya

Vanaf Bangkok reizen we langs een paar unieke plaatsen van Thailand, die we nog niet gezien hadden. Om te beginnen de badplaats Pattaya. We komen aan met de bus en besluiten meteen maar het hoogtepunt van deze stad te bezoeken, het iconische houten bouwwerk dat hier pal op het strand staat: de tempel van de waarheid. Maar hoe komen we er? Dat is in Thailand altijd een vraag met veel mogelijke antwoorden. Je kunt namelijk taxi’s in alle soorten en maten nemen, alleen moet je een beetje op de prijs letten. We kiezen de goedkoopste manier die in Nederland alleen een paar keer per jaar te zien is in zo’n grote geel met rode tent met de letters CIRCUS erop. Met drie man, een bende aan bagage en nog net geen clown-kostuums klimmen we namelijk op een piepklein scootertje en tuffen we meteen vanaf het busstation naar de tempel.

Op een bijzondere plek, waar een wilde jungle overloopt in een afgelegen stuk strand, compleet met watervallen en tropische tuinen, staat opeens een gigantisch houten bouwwerk dat tot in de details met de hand is uitgekerfd. In de wanden zijn Boeddha’s, danseressen, olifanten, draken en nog een halve dierentuin uitgebeeld. Als we ook de binnenkant geïnspecteerd hebben, komen we terug bij de weg en komen we erachter dat onze goedkope circusact niet persé de slimste was, want hoe nu terug?
We lopen een eindje door een paar krottenwijken en zien dan de eerste taxi-scooters weer langsrijden. We herhalen ons kunstje en worden afgezet op Buddha Hill. Op een berg met panorama-uitzicht over de stad en stranden, staan tempels en een reusachtige gouden Boeddha. Buiten Suus en ik lopen er enkel een paar in oranje lakens gehulde monniken op de lange trap naar boven, waardoor we mooie foto’s kunnen maken.

De houten tempel van Pattaya is de meest bijzondere attractie van de badplaats!

Naast twee bijzondere hoogtepunten van de Thaise cultuur is er in Pattaya nog een cultuur te vinden, die vooral in deze setting wat negatief opvalt. De Russische toeristen hebben de boel hier namelijk behoorlijk overgenomen! Als we langs het strand zoeken naar ons hotel zien we de ene na de andere Russische neonreclame langskomen. In principe niets mis mee, maar het meest culturele uitstapje van zo’n Rus is een wandeling naar de lokale drankwinkel. En het enige Thaise hapje dat ze uitproberen, hangt in discolampen aan een paal te dansen!

Voornamelijk Russische hotels, bars, fastfoodrestaurants en sekstoerisme dus. Terwijl we toch gewoon heerlijk genieten van een dagje aan het strand zien we tot slot nog wel een lichtpuntje: ergens tussen Vladimir’s Salad House en Olga’s Vodka Bar zit een klein restaurant genaamd Tulip House. We zien een menukaart met bitterballen, poffertjes, broodjes bal en huisgemaakte kroketten, de stampotten staan met krijt op de muur geschreven; tussen de voetbalsjaaltjes van Ajax en Feyenoord natuurlijk; en hier en daar zitten geëmigreerde kaaskoppen aan een lekker bakkie pleur de Telegraaf te lezen. Na vijf maanden rijst, noedels, misschien hier en daar een pizza, is het feest in Pattaya: een broodje bal voor Suus, een broodje kroket voor Wout en we kunnen er weer een half jaar tegenaan!

Twee monniken nemen even de dag door op Buddha Hill.

Ayutthaya: de tempelstad met een behoorlijk Indiana Jones-gehalte

Backpacken in Noord-Thailand begint altijd in Bangkok, maar waar is je volgende stop? Een stukje ten noorden van Bangkok ligt één van de belangrijkste oude hoofdsteden, waar ooit de koningen van het Khmer volk regeerden vanuit sprookjesachtige paleizen en je nu op elke hoek van de straat een nieuwe Indiana Jones film zou kunnen opnemen. De brandende zon kleurt de afgebrokkelde tempels en ruïnes fel oranje tegen een strakblauwe lucht. Angkor Wat in Cambodja mag dan groter zijn; Ayutthaya is nòg fotogenieker. We brengen een bezoek aan de oude stad en fietsen twee dagen langs alle hoogtepunten.

In Wat Mahathat vinden we een boeddhabeeld dat volledig is opgeslokt door de wortels van een boom, alsof hij gewurgd werd en versteende, lijkt hij nog altijd angstig voor zich uit te staren. Het beeld is typisch voor de omgeving en het is een mysterie hoe het hier zo beland is. Het is dan ook één van de bekendste plaatjes van toeristisch Thailand. We bezoeken alle tempels in het oude centrum, waaronder Wat Phra Si Sanphet, de allerheiligste tempel in het koninklijk paleis, die behoorlijk met de grond gelijk werd gemaakt bij een invasie van buurland Birma. Vooral de paleismuren met een tiental stupa’s dat nog overeind staat, vormen een schitterend decor voor ons fietstochtje.

We fietsen ook door de oude paleistuinen, die nu als stadspark fungeren, maar voornamelijk bestaan uit kilometers moerasgebied. Vanaf de fiets zien we tropische vogels en veel Aziatische ooievaars. Maar dat zijn niet de enige beesten, want Suus valt bijna van haar fiets als we ergens in de struiken aan de waterkant een reptiel van een meter of drie zien wegschieten. ‘Een krokodil!’ roept ze. Maar het bleek ‘slechts’ te gaan om een reuzenvaraan, al is dat in de ogen van Suus juist nog een stapje erger, want in haar eigen encyclopedie van enge beesten staat dit dier bekend als het krokodil-slang-monster. Terwijl ik achter het beest aan blijf rennen om een foto te maken zien we ze opeens overal. We zijn omsingeld door mega varanen, halve dinosaurussen, in een moerasgebied: zet de camera aan je hebt Jurassic Park 5, inclusief gillende vrouwelijke toerist!

Dit kleine Boeddhabeeld is één van de meest bijzondere attributen van heel Thailand!

De mooiste en best bewaarde tempel in Ayutthaya ligt net buiten de oude stad en die levert het mooiste beeldmateriaal op. Alle stupa’s en chedi’s, de torens van de tempel, staan nog overeind als in het oude Khmer-rijk. We fietsen erheen langs de rivier en kijken echt onze ogen uit. De mooiste tempel in Thailand, als je het mij vraagt.
We beëindigen ons bezoek aan dit sprookje van 1001-nacht op de beroemde avondmarkt van de oude stad. Daar draait het voornamelijk om lekker eten; in plaats van uit eten te gaan bij een restaurant, eten we vandaag ‘all you can eat tapas’! Bij de ene kraam kipkluifjes, ergens anders gegrilde steaks, een fruitdrankje erbij, een bordje rijst met curry: voor een paar euro per persoon hebben we een feestmaal en als een Amerikaans meisje van dertien, ga ik hem er echt even uitgooien: OMG, wat was dit lekker.

Backpacken in Noord-Thailand begint in Ayutthaya, de prachtige oude tempelstad.
Buiten het hoogseizoen kan je in Ayutthaya nog prima (bijna) in je uppie rondlopen. Dat is één van de voordelen van backpacken in Noord-Thailand, ten opzichte van het zuiden.

Khao Yai: op safari met meer dieren dan we ooit hadden durven dromen

De volgende stop ligt op een paar uur met de trein vanaf Ayutthaya. We stappen uit bij Pak Chong, maar worden daar door onze gastheer opgehaald en meegenomen naar de Khao Yai Garden Lodge: een tropisch resort met een fantastisch zwembad, midden in de jungle. Daar genieten we met volle teugen van, terwijl we helemaal tot rust komen van de oerwoudgeluiden om ons heen. Mijn favoriete bezigheid op reis staat dan ook op de planning deze twee dagen: op safari door de Thaise jungle! En ik kan zeggen dat dit echt een hoogtepunt is wanneer je gaat backpacken in Noord-Thailand.

Vanwege het laagseizoen zijn Suus en ik de enige passagiers als de jeep en gids klaar staan om te vertrekken. Zo kunnen we deze privé safari volledig naar onze wensen invullen, voor een belachelijk laag prijsje. We rijden naar een beroemde Boeddhistische tempelgrot en wandelen met zaklampen door donkere vochtige kloven. Niet bepaald het favoriete onderdeel wat Suus betreft. Die zou nog liever een nachtje in een Thaise cel doorbrengen dan een minuut in deze grot, dus ik waardeer haar aanpassingsvermogen! Zeker als honderden vleermuizen vlak langs onze hoofden vliegen en we de wind van hun vleugels kunnen voelen. Wanneer we dan ook nog bijna op een vogelspin, zo groot als mijn hand, gaan staan, heeft Suus wel weer even genoeg mentaal beeldmateriaal voor de komende 847 nachtmerries.

Ondertussen maak ik de foto’s en zien we nog een paar bijzondere altaren en Boeddhabeelden. Met de gids ga ik nog op zoek naar een python die hij voorbij heeft zien komen, maar ‘helaas’ heb ik die niet meer kunnen vinden.
Buiten de grot speelt de meest spectaculaire show zich af: als de zon onder gaat komen er uit de grotten letterlijk miljoenen vleermuizen naar buiten op weg naar hun lunchpauze. Eén vleermuis bepaald het tijdstip en dan vormt zich een file van vleermuizen als een soort rookwolk in de lucht. Krijsend zien we ze een soort tekening maken tegen een achtergrond van de ondergaande zon, fenomenaal!

De vlucht van deze vleermuizen bij zonsondergang is een must-do experience in Khao Yai. Soms kan het handig zijn om een gids te nemen als je gaat backpacken in Noord-Thailand.

Backpacken in Noord-Thailand: wie verwacht er zoveel wilde dieren?

Op dag twee van de safari staan er dieren op de planning met een iets hogere aaibaarheidsfactor. Meteen bij binnenkomst van Khao Yai National Park zien we een dubbelhoornige neushoornvogel, vlak boven onze jeep! Daarna duurt het niet lang voordat onze gids aan wordt gehouden door een andere gids. En we horen niet veel meer dan de woorden: gibbons, gibbons! Terwijl we nog niet eens stil staan spring ik de auto uit en probeer de zwarte gibbons vast te leggen. Ze maken een soort zingende geluiden als onderdeel van hun ochtendritueel: zo bakenen ze hun territorium af. Aan de andere kant van de weg heeft zich ondertussen een hele groep makaken verzameld. We zijn pas net begonnen en het lijkt hier wel Planet of the Apes!

We bezoeken het Visitor Center en zien overal herten rondlopen. Het zijn verschillende soorten, waarvan ik er één wel heel bijzonder vond. Het lijf leek op een normaal hert, maar het hoofd was meer dat van een antilope of een zebra. Ik, maar ook onze gids, had niet verwacht zoveel dieren te zien vandaag. Terwijl we een kijkje staan te nemen bij wat grote stekelvarkens, krijgt onze gids zijn volgende attentie door de walkie-talkie; als we opschieten kunnen we dicht bij een wilde olifant komen! En zo beginnen we aan een hike van een paar uur, over een soort savanne en door het hart van de jungle. Allereerst volgen we de tip die onze gids kreeg en zien we een jonge mannetjesolifant, die in een vlakte staat te eten. Daarna zien we vooral veel insecten en zowaar nog twee lichtblonde gibbons, van nog dichterbij dan de vorige.

Zo hebben we Zuid-Afrika weliswaar nog op de planning staan, maar is dit tot nu toe wel de meest succesvolle safari die ik ooit heb gedaan. Vooraf lazen we wel dat Khao Yai de beste kans is om in Zuidoost-Azië wilde dieren te zien, maar dit overtrof echt al onze verwachtingen. Als je gaat backpacken in Noord-Thailand, moet je hier gewoon naartoe! Als kers op de taart bezoeken we nog een paar jungle watervallen. Daarvan is er één wereldberoemd sinds ene Leonardo Di C. hier een duikje nam, voor de Hollywood-kaskraker ‘The Beach’.

Op safari in Thailand is een echte aanrader. Spotgoedkoop en we zien veel dieren!

Het centrum voor backpacken in Noord-Thailand: Chiang Mai

De gastheer van onze heerlijke jungle lodge brengt ons weer op het station van Pok Chang. Vanaf daar nemen we de nachttrein naar Chiang Mai.
Qua planning is het niet ideaal, want om middernacht ben ik jarig! Een hele aparte manier om mijn verjaardag te vieren dus, maar dat halen we de volgende dag wel weer in.
Om zoveel mogelijk te kunnen zien en doen in de omgeving van Chiang Mai huren we een ‘moto-bike’, een doodgewone scooter met als enige verschil: je kan er honderd mee rijden. Bovendien zorgt die extra power ook dat we makkelijker de berg op kunnen rijden en dat hebben we op mijn verjaardag meteen nodig. We bezoeken namelijk de hoogste berg van Thailand: Doi Inthanon!

Onderweg naar boven komen we door een natuurgebied vol watervallen en sprookjesachtige tempels. Het gekke is, dat we bijna geen andere toeristen zien. Dat komt waarschijnlijk door het feit dat Chiang Mai hier toch zo’n 110 km vandaan ligt. De mensen vinden het nou eenmaal te ver. En een tour kost al snel dertig euro. Nee, met ons opgevoerde racemonstertje zijn we er in anderhalf uur en dat ding kost ons vijf euro per dag! Prima dus.

Het hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk, is een tempel bovenop de top van Doi Inthanon, die rechtstreeks uit de Efteling lijkt te zijn geplukt. In een tuin die doet denken aan het sprookjesbos staan twee kegelvormige torens waar doornroosje ieder moment de was kan komen ophangen. Vanaf de tuin zijn ze al mooi, maar ik ontdek een paadje naar boven; uiteraard staat er ‘DANGER NO ENTRY’. Vrij vertaald betekent dat in mijn woordenboek iets als: hier begint het avontuur! Bovenaan het pad kijk ik boven de torens uit over het landschap. En zo maken we de mooiste foto’s die wel bijna nep lijken, zo mooi.

Don Inthanon lijkt wel de Efteling! En toch zijn we echt aan het backpacken in Noord-Thailand. Wat een uitzicht!

Een trip met de ‘moto-bike’ langs sprookjespaleizen

Met een houten reet waar Herman den Blijker zijn tomaatjes op zou kunnen snijden, komen we na een lange rit terug in Chiang Mai. Daar vieren we uitgebreid nog even mijn verjaardag. Eerst even een veel te pittige Indiase curry om de smaakpapillen te doden en dan aan de goedkope cocktails! Ik weet alleen nog dat Suus de barman vroeg om: ‘extra strong! It’s his birthday’. Extra strong betekende een bucket met een liter rum, een citroentje en een druppel 7-up, dus de rest van de avond is me een beetje ontschoten. Met een fris katertje verkennen we ook een dagje de buurt. Zo bezoeken we de Chedi Luang, de grootste tempel in de oude stad.

Voordat we Chiang Mai verlaten, verkennen we met de moto-bike nog even de omgeving in het noorden. Om te beginnen, bewonderen we het uitzicht vanaf Doi Suthep, een berg met de meest heilige en beroemde gouden tempel op de top. Onderweg raken we aan de praat met een Nederlandse man van een jaar of zestig, die net veertien dagen in stilte heeft geleefd tussen de monniken. Hij mocht nu net weer praten en wij waren de eerste mensen die hij sprak! Zijn verhaal was erg interessant en voegde wel wat toe aan onze ervaring van de heilige berg. We crossen dan door naar Huay Tung Tao, het meest idyllische meer met een soort dorp van huisjes met strodaken eromheen. De locals en vooral veel kinderen gebruiken dit meer om te zwemmen bij gebrek aan een strand en zee in de omgeving.

Bizar lange nekken!

In de buurt vinden we ook een heel bijzonder bergvolk, dat ik nog heel goed ken van de foto’s tijdens geschiedenis- of aardrijkskundelessen op school: het zogenaamde Karen volk, dat ook wel bekend is onder de naam ‘Longnecks’. Vanaf de dag dat ze een jaar of vier oud zijn, dragen de vrouwen gouden ringen om hun nek, waar ze er steeds eentje bij doen naarmate ze groeien. Hun nekken worden daardoor bizar lang, maar dat is in deze cultuur een teken van schoonheid. We lopen rond door het dorp en zien vrouwen van alle leeftijden rondlopen, maar uiteraard is de oudste vrouw de grootste bezienswaardigheid. Het is dat ze geen vlekken had en een staart, maar wow dit mens leek wel een giraffe!

De longnecks zijn een bizarre ervaring als je gaat backpacken in Noord-Thailand.

Thailand, ons tweede thuis, tot snel!

We sluiten ons vierde bezoek aan Thailand af met een duik in de watervallen van Mae Sa, al moet ik eerlijk bekennen dat deze watervallen met hun bruine kleur meer weg hebben van de chocoladerivier in de fabriek van Willy Wonka. Het ziet er niet meteen aanlokkelijk uit om hier te zwemmen, maar met een temperatuur van een graad of 35 waag ik het er gewoon eens op. Ik heb nog altijd geen uitslag of haaruitval, dus het kan verder ook geen kwaad.

Vanaf Chiang Mai zullen we de bus nemen naar de grens met Myanmar, het beloofde land vol nieuwe avonturen dat al sinds lange tijd op mijn to-do-list staat. Na Myanmar zullen we echter de draad weer oppakken in Thailand, want zelfs na meerdere reizen door dit fantastische land, blijven er genoeg plekken over om voor terug te blijven komen. Zo staan Kanchanaburi en de watervallen van Erawan nog op het programma als we straks terug komen. Er is nog genoeg te doen; wat een reis, wat een reis.

Snel verder lezen? Na het backpacken in Noord-Thailand gaat het avontuur hier verder in Myanmar!

Leave a reply

Your email address will not be published.

Theme developed by TouchSize - Premium WordPress Themes and Websites