De Japanse Alpen: blote mannen en apen in een jacuzzi

Inmiddels zijn we al meer dan vier maanden van huis en hebben we er al drie weken op zitten in Japan. We reisden van Osaka naar Himeji, Hiroshima en Kyoto. We zagen al oude kastelen, mystieke tempels, bamboebossen, vreemde restaurants, love hotels en ontelbare wolkenkrabbers; we krijgen al een aardig beeld van de Japanse cultuur.  Na wat omzwervingen zijn we aangekomen in het chaotische Tokio en in een race tegen de klok door ’s werelds grootste en drukste metrostation hebben we op de minuut onze nachtbus gehaald, op weg naar onze volgende bestemming. Voor we Japan via Tokio verlaten, trekken we nog een paar dagen de natuur in: op naar de Japanse Alpen!

Badderen tussen blote Japanners in Kanazawa: de typische ‘onsen’

Onze eerste stop is de stad Kanazawa, waar we beginnen met een stadswandeling; de nachtbus komt alleen zo vroeg aan dat we als twee zwaar bepakte zombies meer een soort slaapwandeling maken door het centrum. Af en toe klik ik nog op mijn fototoestel, maar de grootste bezienswaardigheid is voor alsnog het bed van ons hotel. De Japanse nachtbussen zijn dus een prima uitkomst, maar als de afstand te kort is kom je maximaal aan zo’n vijf uur slaap. En vaak was de rit dan maar drie uur; de chauffeur parkeert de auto ’s nachts ergens om überhaupt tijd te creëren voor ons schoonheidsslaapje.
Kanazawa is aan de ene kant een moderne stad met veel kunst en architectuur, maar het heeft ook één van de best bewaarde oude centrums. In de oude geisha-wijk lopen we rond door een soort openluchtmuseum vol houten ryokans. De geisha’s hebben echter plaatsgemaakt voor pas getrouwde koppels die in traditionele kleding hele fotoshoots doen; zeker leuk om doorheen te wandelen. Alleen het feit dat er foto’s worden gemaakt zonder dat daar selfie-sticks aan te pas komen, is al uniek. Vanaf de oude stad lopen we richting Ishakawa-mon. Ik zal je de teleurstelling besparen; ook ik verwachtte bij die naam een coole stage 3 Pokémon van mijn jeugdheld Ash Catchum, maar helaas bleek de naam bij het oude kasteel van Kanazawa te horen. We wandelen door het kasteelpark, kijken toch nog even rond of er geen Pokémon rondrennen; you never know in Japan, en komen uit bij de tuinen Kenroku-en. In de tuinen zijn we over de grootste teleurstelling heen, want deze tuinen behoren tot de top drie van heel Japan. So what, zou je denken? Nou, daarbij moet je weten dat tuinieren in Japan een topsport is, dus dat zegt veel. In de Japanse Champions League van het tuinieren hebben we het toch zeker over een Bayern München of Real Madrid. Vooral bij de Japanners zijn de tuinen immens populair, waardoor het een uitdaging is om rustgevende beelden en foto’s te produceren. Het zouden immers geen Japanners zijn als ze niet met elke brug, boom en bloem op de foto moesten.

Japan is een land van eeuwenoude tradities. Soms lijkt het wel één groot openluchtmuseum.

Als je wat langer in Japan reist en zeker in het binnenland, dan kom je steeds meer de beroemde ‘onsen’ tegen, hét typisch Japanse badhuis. Ons hotel in Kanazawa heeft zo’n populaire onsen en we zijn inmiddels toch benieuwd ‘what all the fuzz is about’. Zonder enige voorkennis trekken we onze heerlijk foute Japanse pyama’s aan en begeven ons richting de onsen. Onderweg komen we al tientallen mensen tegen in dezelfde apenpakkies en via een lift komen we in een kleedruimte waar de mannen en vrouwen gescheiden worden. In mijn zwembroek loop ik naar het mannenbad, waar op dat moment niemand anders is. Terwijl ik nog maar net mijn grote teen in kokend hete water heb, hoor ik Suus roepen en loop ik even terug naar de kleedruimte. Suus doet het niet vaak, maar ze gooide er een klassieke ‘OMG’ uit: ‘allemaal naakte oude vrouwtjes met hele grote bossen haar!’. En uit de manier waarop ze het zei kon ik zeg maar afleiden dat ze daarmee niet de reguliere bloempotkapsels op het hoofd bedoelde. Zo kwamen we erachter dat Japanners een stuk minder preuts zijn dan we dachten en dat we ietwat ‘overdressed’ zijn in deze onsen. Maar goed, mooi, Suus nu je er toch bent: we maken meteen even een filmpje voor Wout of the World bij de mannen, want daar is toch niemand. Suus ziet het eerst niet zo zitten, want met het vorige ‘verrassende’ beeld nog vers op haar netvlies, staat ze niet te springen om een ontmoeting met een grote bos waar ook nog eens een snack-size loempia uitsteekt. Met de camera erbij doe ik snel een poging om in de kokende lava, want zo moet je dit bad voorstellen, te gaan zitten. En net als we klaar zijn om eruit te gaan blijkt dat er buiten ook nog een bad was. want we zien door het matglas een dunne Japanse stengel van een vent voor de deur staan en rennen snel terug naar de kleedruimte. Al met al zijn we toch weer een aparte en onthullende Japanse ervaring rijker!

Een retourtje met de tijdmachine in Takayama

Van Kanazawa nemen we de bus naar Takayama, al moet ik je eerlijk bekennen dat ik op het moment alles door elkaar haalde, waardoor ik bijvoorbeeld Kanayama en Takanawa zei. Soms heb je het gevoel dat ze in Japan maar een paar namen konden bedenken, maar dan even de lettergrepen verwisselen, zoals bij Kyoto en Tokyo.
De stad Takayama staat bekend als de meest traditionele stad van Japan, met veel sprookjesachtige straatjes en oude tempels. We huren er een fiets en zien zo hoe het Japan van een paar honderd jaar geleden er ongeveer uit moet hebben gezien. Toch vinden we de meest interessante bezienswaardigheid in een museum dat zich niet zozeer richt op de oudheid, maar juist op de ontwikkeling in de afgelopen eeuw. In de Showa-Hall staan de jaren ’60 en ’70 centraal, met honderden filmposters, huishoudelijke apparaten, vervoersmiddelen,  speelgoedstukken; een paradijs vol vintage spulletjes waar we onze ogen uitkijken. Via een ouderwets snoepwinkeltje lopen we een nagebouwd straatje in met allerlei kleine panden waarin een cafetaria, een kapperszaak, een woonkamer, een keuken, een schoollokaal enz. perfect zijn ingericht tot in de details. Op de één of andere manier verbaast het ons dat de spullen niet veel verschillen van onze eigen oude troep, maar dan heeft alles een klein Japans tintje.

Showa-hall is een must-do als je Takayama bezoekt: een wandeling door de tijd!

Japans enorme houten kasteel en fantastische uitzichten in Matsumoto

Vanaf Takayama rijden we met de bus verder door een fantastisch alpenlandschap en we maken een stop bij een beroemd stukje UNESCO-werelderfgoed. In de Japanse Alpen staan typische chalets met hoge puntdaken, die nergens anders ter wereld te vinden zijn. Tegen een achtergrond van glimmende bergtoppen, maken we een wandeling door het fotogenieke dorpje Shirakawa-Go.

Dit kleine dorpje tussen de bergen is zo waanzinnig fotogeniek, zeker een stop waard!

In de stad Matsumoto zullen we de nacht doorbrengen en dat is ook bepaald geen straf. Hier bezoeken we namelijk het grootste en oudste houten kasteel van Japan, dat behoort tot de vier nationale schatten. Eerder waren we ook bij het kasteel van Himeji, maar de andere twee liggen iets minder op de route. Het kasteel van Matsumoto is in ieder geval de moeite waard en zeker één van de mooiste gebouwen van Japan. Een knalrode brug brengt ons over een gifgroene gracht naar het gigantische zwarte kasteel en het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe Japan vijfhonderd jaar geleden uit moet hebben gezien, op plekken zoals deze.
Vanaf de stad lopen we de bergen in voor een verpletterend uitzicht over de vallei waarin Matsumoto ligt. Onderweg komen we ook nog langs de oudste school van Japan, die nog in precies dezelfde staat verkeerd als het laatste jaar dat er les gegeven is. In een prachtig klassiek gebouw, liggen de schriften liggen nog altijd op tafel. Onze wandeling eindigt in het zogenaamde Alps Park, een soort stadspark met een dierentuin, maar dan hoog in de bergen, met een fenomenaal uitzicht. In het park staan de inheemse dieren centraal, zoals wasberen, vossen, marters en herten. We leren dus ook nog iets over de Japanse natuur.

Het zwarte kasteel van Matsumoto heeft nog net geen ninja’s die over de daken rollen, wat een prachtig stukje Japanse kunst.

Apen in een bubbelbad? Ook dat kan alleen in Japan

De laatste bestemming van onze reis door Japan is de stad Nagano, bekend van de Olympische Winterspelen in 1998. Het is een moderne stad die midden in de Alpen tussen de mooiste skigebieden ligt. Wij reizen vanaf de stad met een trein door de bergen naar een piepklein plaatsje genaamd Yudanaka, dat wereldberoemd is vanwege een uniek fenomeen. In de bergen woont een kolonie apen die er om bekend staat gebruik te maken van een natuurlijke warmwaterbron; de enige apen ter wereld die aan wellness doen!
We komen in het pikdonker aan in een stadje dat me doet denken aan Japanse anime films; terwijl we onze ruggen op de proef stellen door een half uurtje te lopen met onze break-your-back-packs, zien we overal mensen in badjassen over straat lopen op houten slippers die er ongeveer zo comfortabel uitzien als klompen tijdens een hardloopwedstrijd. Iedereen heeft ze: van die houten blokjes die Samurai’s dragen in een tekenfilm. Je hoort ook het getik door de straten galmen, terwijl we in elke straat tientallen badhuizen passeren. De stoom die uit alle huisjes komt, zorgt voor een soort mysterieuze sfeer in dit dorpje. Het vinden van ons hotel is net zo goed een mysterie, want de namen van de hotels zijn hier alleen in het Japans. We lopen door tot we iets zien dat op een herberg lijkt en gelukkig komt er een oud vrouwtje die ons zonder enig verstaanbaar woord bij de hand neemt en begeleid naar ons hotel. Hoe ze het wist? Geen idee; kennelijk is er slechts één hotel waar ooit een westerling komt in dit gat. Uitgeput van een lange reis komen we aan in een traditionele Japanse ryokan, waar in een grote kamer slechts een klein tafeltje op de bamboe vloerbedekking staat. De bedden moeten we zelf nog even uit de kast trekken, maar dan vallen we als een blok in slaap.

Overal langs de wandelpaden vinden we deze schattige kleine Japanse makaken.

Vanaf ons hotel is het een prachtige wandeling door de Alpen, tussen een oerwoud van enorme naaldbomen. Het ruikt precies zoals het autogeurtje in de vorm van de dennenboom ruikt en je krijgt het gevoel dat je al jaren niet meer hebt geroken hoe frisse lucht ruikt. Bovenop de berg eindigt het pad bij het National Park Jigokudani, beter bekend als Snow Monkey Park. Ondanks mijn gebeden die ochtend, hebben de weergoden niet voor een beetje sneeuw gezorgd; de kans was al niet zo groot aangezien het hier zo’n 25 graden is in de maand mei. Maar goed, dan moeten we het maar doen met Summer Monkeys. We lopen door een bijzonder landschap vol watervallen en geisers om bij een bad uit te komen, dat ik op internet alleen maar heb gezien vol met besneeuwde apen, maar helaas is er nog geen aap in de buurt. Langzaam komen er af en toe wat apen een kijkje nemen en een slokje uit het water drinken, maar helaas nog geen zwemmende aap, laat staan eentje die in de jacuzzi bij zit te komen van een zware dag nootjes verzamelen. Suus en ik zitten dan een paar uur op een bankje, hebben het over koetjes, kalfjes en aapjes, maar dan wordt het drukker rond de hot pool. Het liefst zouden we ze net even een klein duwtje geven, maar we blijven geduldig. Als twee apen ruzie krijgen om een plekje langs het bad, breekt er een waar gevecht uit. Zo zie je een mooie vergelijking met ons mensen, die na jaren van evolutie ‘het handdoekje langs het zwembad’ hebben uitgevonden om ons plekje veilig te stellen. Maar nee, apen hebben geen handdoekjes, dus al vechtend springen ze het water in en al is het dan niet zozeer wellness te noemen, we zien de apen eindelijk te water. Terwijl het duel nog op de kant wordt uitgevochten, verlaten Suus en ik met opgeheven hoofd; en een behoorlijke houten reet, het park.

Twee apen achtervolgen elkaar terwijl ze spelen in de warme waterbronnen van Jigokudani.

Een tijd van komen en een tijd van gaan, maar nog lang niet naar huis!

Aan het einde van een vakantie is het altijd weer een rotmoment, het land verlaten om naar huis te gaan. Daar moeten we nog absoluut niet aan denken en gelukkig volgt gewoon weer het volgende avontuur. Van Japan is het een kleine overstap naar het nabijgelegen Zuid-Korea: een land waar we nog niet veel van weten, maar daarom des te avontuurlijker is. Tot de volgende blog dus!

Leave a reply

Your email address will not be published.

Theme developed by TouchSize - Premium WordPress Themes and Websites