Sprookjesachtig Laos: backpacken langs tempels en watervallen

 

Op het moment van schrijven zijn we op de helft van een jaar lang durende wereldreis. Na een half jaar backpacken zijn we aangekomen in Laos. Suus en ik ondergingen al de ene na de andere cultuurshock. Na China, Vietnam, Cambodja, Thailand, Nieuw-Zeeland, Australië, Japan en Zuid-Korea, maakten we de afgelopen weken een rondje door Myanmar.

Naast backpacken in Laos, kan ik ook Myanmar sterk aanbevelen!

In een vergeten wereld, waar het toerisme nog maar net in de kinderschoenen staat, zagen we Zuidoost-Azië in de meest pure vorm. Dat leverde hier en daar wat WC-probleempjes op, een aardige klont duivenpoep onder de voetjes bij ieder tempelbezoek en zo af en toe een doodsbenauwde rit in een vervoersmiddel dat dertig jaar geleden afgeschreven zou zijn in Europa; maar we zagen ook honderden gouden pagodes, valleien vol Boeddha’s, spectaculaire treinroutes, eeuwenoude tradities en abnormale gastvrijheid bij de lokale bevolking thuis. Myanmar was een land van extremen. Meer over dit avontuur lees je via deze link.

Nu reizen we weer verder, want de sneltrein aan levens-veranderende ervaringen gaat maar door. We steken de grens over, terug naar Thailand, dat we inmiddels zo’n beetje een tweede thuis kunnen noemen; daar hebben we nu bijna alles wel gezien. We gaan dus meteen nog een grens over, want daar ligt ons volgende avontuur. Deze week zijn we in het land van de bergstammen, de kloosters, de monniken, de meest afgelegen dorpjes en de prachtige natuur: Laos!

Suus geniet van een opvallend rustige dag in het prachtige Luang Prabang

Met de slowboat over de Mekong

Het is een uur of zeven ’s avonds als we vanaf het Thaise plaatsje Chiang Kong de tuk-tuk pakken naar de Laotiaanse grens. Er is geen hond. Letterlijk en figuurlijk; gezien de hoeveelheid straathonden in Zuidoost-Azië is dat best bijzonder. We vullen wat papierwerk in, krijgen ons visum overhandigd van de douanier en zien ondertussen de zon in sneltreinvaart naar beneden donderen. Waar het nog licht was in Thailand, is het al pikdonker in Laos. Daar lopen Suus en ik dan, twee onvoorbereide backpackers, in een verlaten niemandsland met wat statige grensgebouwen. Hoe moeten we verder?

Het is doodstil; er is letterlijk tot aan de horizon niemand te zien. We lopen wat heen en weer over straat, hopen tegen beter weten in dat er nog een taxichauffeur verdwaald is en ons op komt pikken; maar het lijkt erop dat we een probleem hebben. Overnachten op de stoep van een verlaten grensgebied onder een Laos-vlag, bij gebrek aan een deken, staat niet persé bovenaan op mijn bucket list. Hooguit op plek nummer drie, zeg maar.

We merken onmiddelijk de gastvrijheid van Laos

Maar dan komen er opeens een pick-uptruck en een normale personenauto aangereden. Suus rent snel naar één van de auto’s, die vol zit met Laotiaanse kinderen. Wat ze hier doen is ons een raadsel, maar we vragen of we in de achterbak mee mogen liften, zodat we in ieder geval in de bewoonde wereld terecht komen. De bestuurder vraagt meteen waar we heen willen en zonder een minuutje vertraging worden we in de drukste straat van het plaatsje Huay Xai afgezet. De hele groep, die met twee auto’s speciaal voor ons een ommetje heeft gemaakt, wil buiten nog even met ons op de foto en zo bedanken we onze redders in nood voor de geweldige gastvrijheid. Laos begint goed! Hier in Huay Xai, een klein plaatsje langs de Mekong-rivier, nemen we een zogenaamde slowboat naar hét pareltje van Laos, de meest heilige plaats Luang Prabang.

Het hoogtepunt als je gaat backpacken in Laos, is de slowboat naar Luang Prabang
Onze reis over de Mekong was een onvergetelijk avontuur!

De slowboat is een must als je gaat backpacken in Laos

Ze hebben niet overdreven toen de naam ‘slowboat’ werd bedacht. Op oncomfortabele kleine bankjes kijk ik zo af en toe uit het raam of we niet achteruit aan het varen zijn. Over een afstand van nog geen tweehonderd kilometer doen we namelijk twee hele dagen! Het uitzicht en de hele entourage van de tocht maken een hoop goed; we worden getrakteerd op het mooiste landschap van Laos.

Wil je zelf ook met de slowboat door Laos varen? Via deze website kun je alle informatie vinden!

Tussen steile klippen en groene bergen slingert de Mekong langs de meest afgelegen kleine dorpjes, waar lokale vissers zwaaien en kinderen spontaan van de rotsen beginnen te duiken als we langs varen. Ze maken zelfs allerlei salto’s om vervolgens ons applaus in ontvangst te nemen. De mensen hier leven zo afgelegen van de buitenwereld; onze slakkenboot geeft ons een inkijkje in deze bijzondere cultuur. Ook niet verkeerd: we zien onderweg nog een wilde olifant uit de rivier drinken! Halverwege de tocht stoppen we in het plaatsje Pakbeng voor de overnachting.

Het slapende dorpje Pakbeng

Het is prachtig om te zien hoe het hele dorpje Pakbeng tot leven komt, zodra onze boot met geld, want zo is het natuurlijk, aan komt varen. Overdag ligt het hele dorp op zijn gat en ’s avonds gaan de lichtjes aan, de bars open en doen de hoteleigenaren hun best om zoveel mogelijk toeristen naar binnen te lokken. Als we door de hoofdstraat lopen worden we ‘aangevallen’ door drie hoteleigenaren; ze tetteren allerlei prijzen door elkaar heen en als we maar lang genoeg wachten worden die steeds lager. Degene met de beste prijs wint en zo slapen we voor een belachelijke vijf euro in een prachtige kamer. Je zou toch denken dat er meer geld verdiend kan worden als ze iets beter samenwerken, maar goed. De romantiek bloeit op en tussen tientallen gekleurde lampionnetjes eten we aan de oever van de machtige Mekong.

De tweede dag van onze slowmotion-boat lijkt nog wel langzamer dan de eerste. Oude opaatjes in vissersbootjes halen ons moeiteloos in, al zouden ze satéprikkers als peddels gebruiken. Pas ’s avonds laat komen we aan in de beloofde heilige stad, Luang Prabang, met een houten reet waar je een kaasplankje op kunt snijden.

Tijdens backpacken in Laos, zie je overal olifanten rondlopen!
Een olifant langs de waterkant is niets om van op te kijken in Laos!

De parel van Zuidoost-Azië: Luang Prabang

Luang Prabang is voor mij dé place-to-be in Zuidoost-Azië. Vier jaar geleden, na een fantastische reis beloofde ik Suus om nog eens samen terug te gaan. En daar zijn we dan: opnieuw aan het backpacken in het pure authentieke Zuidoost-Azië! Ik weet tot mijn verbazing nog aardig de weg en zo lopen we langs het water naar de straat waar de knusse en spotgoedkope guesthouses zich bevinden. Zo op de bonnefooi is er altijd wel een kamer vrij en kunnen we zelfs een goede deal krijgen. We droppen de spullen, schuiven zo snel mogelijk een ‘flie lice’ naar binnen en duiken meteen het bescheiden nachtleven van Luang Prabang in. Daar is haast bij geboden, want in Laos geldt een avondklok. Zelfs de populaire hang-out Utopia, waar we in een grote tuin met allerlei lounges en sfeerverlichting een paar heerlijke Lao Beers drinken, sluit om half twaalf de deur.

Een potje bowlen bij de Mafia

Dus wat doe je als je rond half twaalf nog niet je alcoholpercentage op peil hebt? Nou dan ga je bowlen. Lijkt me logisch toch? Als je in Laos bent, in de middle of nowhere, er geen kip meer op straat loopt, er nog wel wat Kip in je portemonnee zit en je zin hebt in een biertje.. Dan MOET je gewoon even gaan bowlen. Zo bizar als het klinkt, is het ook: we stappen met een paar nieuwe vrienden in één van de speciale bowling-tuktuk’s, worden een stukje buiten het centrum naar een hypermoderne bowlingbaan gebracht en opeens zijn we in Europa. Het enige verschil is dat je hier geen vieze tweedehands zweetschoentjes aantrekt, maar gewoon je geboorteschoentjes: je blote voeten.

Het bowlen is natuurlijk bijzaak, want een fles whisky heb je al voor een euro of drie. Op elke baan zien we de toeristen stomdronken over de baan heen zwalken. Er wordt meer goot dan kegel geraakt, terwijl ze achter de schermen druk bezig zijn met de witte was. En dan niet met de vernieuwde formule van Witte Reus; de enige reden dat de bowlingbaan na twaalven open blijft, is dat hij in handen is van de Laotiaanse maffia. In alle opzichten een aparte plek, die toch wel een must-do is. De nacht vliegt voorbij en na iets meer shots dan strikes ga ik als winnaar naar huis. Mijn prijs: een onvervalste whisky-kater.

Wanneer je gaat backpacken in Laos is Kuang Si de plek waar je wil zwemmen!
Dit blijft voor mij één van de mooiste plekken waar ik ooit ben geweest.

Zwemmen in de mooiste waterval ter wereld

Op onze eerste dag in Luang Prabang is het snikheet. Mooi, want in de buurt ligt een tropisch zwemparadijs bij de waterval van Kuang Si. Vier jaar geleden was ik al eens gaan backpacken in Laos; in de tussentijd is geen enkele andere waterval ook maar in de buurt gekomen van de titel ‘mooiste ter wereld’. Natuurlijk, een jaar later was ik in Iguazu, Argentinië; groots, machtig en waanzinnig mooi, maar een duik in Kuang Si is een duik in het paradijs van Adam en Eva. Daar kan echt niets aan tippen.

Suus en ik stappen op de moto-bike, want al gaan we dan naar het paradijs, we denken nog steeds aan de knaken. Voor zo’n zestig duizend kippetjes, een euro of zeven, rijden we heen en terug door een landschap dat sowieso al de moeite waard is. We komen nauwelijks iemand tegen en moeten zo nu en dan stoppen voor een grote kudde overstekende waterbuffels. Het is zelfs nog best uitkijken, want die waterbuffels krijg je maar moeilijk van je windscherm af als je er met honderd tegenaan klapt.

Een duik in Kuang Si vergeet je nooit meer!

Als we aankomen bij de waterval overtreft hij nog altijd mijn stoutste dromen. Er zijn misschien iets meer toeristen dan toen, maar het water is zo helder en turquoise-blauw dat ik weer mijn ogen niet kan geloven. Suus is sprakeloos en als ik vraag wat ze ervan vindt, zegt ze: dit is misschien wel het mooiste dat ik ooit heb gezien. Natuurlijk was ik eerst een beetje beledigd, maar ze heeft helemaal gelijk. We zwemmen in alle lagen van de waterval en later op de dag hebben we zelfs de allermooiste plekken voor ons alleen. Al maak ik honderden video’s en foto’s, de mentale foto’s blijven het mooist en die houden we weer minstens vier jaar in gedachten.

Op de terugweg komen we langs het opvangcentrum van de zonneberen, de kleinste berensoort ter wereld en de enige die voorkomt in Zuidoost-Azië. Vanaf verschillende loopbruggen kunnen we ze van heel dichtbij zien; prachtige beesten! Zonder twijfel was dit één van de mooiste dagen van de wereldreis tot nu toe. Dat zegt genoeg!

Je bent een Phoesi als je de berg niet op gaat

Ver buiten het bereik van de verkoelende waterval is het in Luang Prabang weer bloedje heet. We zien dat zelfs de monniken het zwaar hebben als we een aantal kloosters bezoeken. Zelfs hun luchtige oranje gewaden zijn niet geschikt voor deze temperaturen. Toch is deze stad het hoogtepunt wanneer je gaat backpacken door Laos. De stad is met een gouden zonnetje op zijn mooist. Dus al is het zo’n veertig graden en lijkt het bijna zelfmoord om überhaupt je voeten op te tillen: wij gaan een stukje klimmen naar het mooiste uitkijkpunt.

Midden in Luang Prabang ligt een heilige berg, met een naam die geschreven niet eens zo raar is, maar vooral gek klinkt als je hem uitspreekt: Mount Phousi. Van de voet tot aan de top lopen we langs kloosters, tempels, Boeddha-relikwieën: een heleboel pracht en praal. Maar het mooiste is het uitzicht. Vanaf een gouden stupa op de top van de berg kijken we uit over de groene vallei waarin de stad ligt: een plaatje dat ik nergens anders mee kan vergelijken. De uitstraling en de sfeer van deze stad zijn zo uniek, dat ik bijna niet kan uitleggen hoe mooi het is. Het is alsof je er ook geen foto’s van kan maken, al hebben we dat natuurlijk wel geprobeerd.

Overheerlijke baguettes!

Met een nat shirt alsof een Keniaan het gedragen heeft tijdens de marathon wandelen we rond in de stad, bezoeken nog een paar tempels en lopen over de beroemde bamboebrug, over de rivier Nam Kha. Eten doen we bijna drie keer per dag bij een lokale baguette-verkoper, de ideale toevoeging aan het straatbeeld. Dankzij de koloniale tijd zijn er veel Franse invloeden, waardoor een stokbroodje La Vache Qui Rit zelfs tot de mogelijkheden behoort. Daar drink je dan meestal een fruit shake bij, want in Luang Prabang kan het één niet zonder het ander. Elk kraampje heeft een stapel baguettes, een bak fruit en een blender. Soms zien we wel dertig exact dezelfde kraampjes op een rij met identiek gestapelde stokbrood-fruit-etalages.

De wandeling naar de top van de berg Phoesi is een MUST-DO.

Na een wandeling over de bekende Night Market nemen we op gepaste wijze afscheid van Laos. Tevens mijn laatste tip voor een unieke ervaring: de Laotiaanse barbecue. Voor een paar euro per persoon ligt de tafel vol met vlees en groenten; in een grote pan met een soort omgekeerd vergiet in het midden, is het de bedoeling dat we zelf het eten klaar maken. Leuk om te doen en ook nog eens erg lekker! Terwijl de groenten gaar worden in de buitenste ring met water, leggen we kip, biefstuk, spek en gamba’s op de grill in het midden. We eten voor een prikkie onze buikjes rond en moeten er helaas weer vandoor.

Wordt vervolgd…

Het liefst zouden we nog langer in Laos blijven, maar zitten vast aan een vliegticket vanaf Bangkok. Nou ja, ‘vast zitten’: we vliegen naar de Malediven. Ik verwacht toch stiekem dat we ons daar ook weer prima zullen vermaken. Veel mensen, inclusief Suus en ik, dachten namelijk dat de Malediven alleen bereikbaar zijn voor locals en mensen met behoorlijk gevulde portemonnees. Maar nee, wij gaan de uitdaging aan: na Laos gaan we ook backpacken in de Malediven!

Zonder echte Laotiaanse barbecue heb je Laos niet geproefd!

Wil je weten hoe het avontuur verder gaat? Lees hier dan over ons backpack avontuur in de Malediven!

Leave a reply

Your email address will not be published.

Theme developed by TouchSize - Premium WordPress Themes and Websites