Vrijwillig verdwalen in Tokyo

We zijn alweer twee weken in Japan en hebben al veel gekke, mooie en avontuurlijke dingen gezien en gedaan. De grootste cultuurshock is voorbij en we zijn zowaar helemaal gewend geraakt aan Japan. Tijd dus om de boel weer even op scherp te zetten! We hebben weliswaar al veel gezien; Japan’s hoofdstad Tokio belooft weer een nieuwe cultuurshock op zich. In het centrum van Japan, misschien wel hét centrum van Azië en qua inwoneraantal zelfs de allergrootste stad op aarde, verblijven we namelijk de komende zes dagen!

De wolkenkrabbers van Shinjuku en een kijkje van bovenaf

Als we voor het eerst aankomen in Tokio is het pas zes uur ’s ochtends en we springen meteen in het diepe. De eerste missie is namelijk om zonder internetverbinding uit te vinden waar we een hotel geboekt hebben in deze megastad. Het enige dat we hebben onthouden is de wijk Asakusa en de naam van ons hostel, wat in een metropool als Tokio zoiets is als het zoeken naar een goudvis in een zwembad vol jus d’orange. We komen uit het busstation en zien dat werkend Tokio al vroeg uit de veren is. Of ze te laat zijn voor een afspraak of het wereldrecord snelwandelen in pak proberen te verbeteren is me niet duidelijk, maar we zien iedereen driftig met hun koffertjes door de straten knallen. Wij hebben zelf totaal geen haast, dus eerst maar eens op zoek naar een metrostation. We volgen de massa, lopen kilometers over meerdere verdiepingen van een kolossaal gebouw met marmeren vloeren en zo’n zevenduizend winkels en concluderen: oké dit was dus het treinstation, nu nog de metro. Ik zie inmiddels dat er even een Wifi-connectie is op mijn telefoon en zo blijkt het metrostation niet ver van de plek waar we een half uur geleden begonnen met zoeken, top! Natuurlijk vergeten we om ook meteen te kijken waar het hotel precies zit, want enthousiast over ons eerste succesje van deze missie rennen we meteen die metro in. Het voordeel is dat de wijk Asakusa het eindpunt is van deze metrolijn en dat is al een wonder op zich, aangezien er zo’n dertig metrolijnen zijn ‘van hier tot Tokio’. Eenmaal op het juiste station lopen we over het water, iets wat ik dan toch onthouden had en zien meteen wat bezienswaardigheden van de stad, waaronder ‘de gouden drol’. Op het dak van het hoofdkantoor van biermerk Asahi staat namelijk iets, dat ik niet anders kan omschrijven dan dat. Ook zien we Tokio’s hoogste toren, de Tokyo Sky Tree.

De brug naar de wijk Asakusa, waar ons hostel zich bevindt. Wat een mega-stad is dit!

Als we nog altijd niet ons hostel kunnen vinden, vragen we de weg aan een man met een klein winkeltje. Hij lijkt er in eerste instantie helemaal niks van te begrijpen en loopt weer terug naar binnen zonder iets te zeggen. Dan komt hij naar buiten gelopen met een uitvergroot kleurenprintje van de kaart met daarop de looproute van Google Maps naar ons hostel. Een mooi voorbeeldje van hoe praktisch ingesteld en behulpzaam de Japanners kunnen zijn, zonder daarbij een woord Engels te hoeven gebruiken. Als je dat dan vergelijkt met een Chinees treinloket waar ik met handen, voeten en hele Party & Co-achtige uitbeeldingen, niet eens een kaartje van A naar B kon aanschaffen, doe mij dan maar die maffe Japanners.
Nadat we onze spullen hebben gedropt bij het (nu opeens gemakkelijk te vinden) hostel Asakusa Smile, kan ik weer op een leuke manier door Tokio lopen, zonder die loodzware zeecontainer op mijn rug die de naam backpack bijna niet meer mag dragen. Ik zie eigenlijk twee scenario’s voor de rest van de reis met dat ding: of ik ben verstandig en gooi wat onnodige ballast overboord, zoals de bibliotheek aan Lonely Planet-boeken die ik onderweg heb verzameld, of ik kom terug met rugspieren waar Arnold Schwarzenegger jaloers op is. Hoe dan ook, lopen we zonder tas terug en verkennen we Tokio per metro. Een dagkaartje van vijf euro is de ideale manier om meteen wat meters te maken en zo bezoeken we als eerst het Government Building in de wijk waar de meeste hoge wolkenkrabbers staan, Shinjuku. Je kunt er namelijk voor kiezen om een paar tientjes neer te leggen en tussen hordes Aziatische selfie-verzamelaars in een lift gepropt te worden bij de Tokyo Tower of de Sky Tree, maar vanaf de vijfenveertigste verdieping van het Government Building zien we praktisch hetzelfde uitzicht en hebben we zowaar een twintigpersoonslift voor onszelf. Het uitzicht is waanzinnig en we zien in de verte zelfs de contouren van de heilige berg Mount Fuji aan de horizon blinken.

Een waanzinnig en bovendien dus gratis uitzicht vanuit een wolkenkrabber. Onthoud die tip!

De ontelbare neonlichten van Shibuya

Tokio is enorm en heeft veel verschillende wijken die je zou kunnen aanwijzen als ‘het centrum’ van de stad. Zo is Shinjuku meer het zakelijke centrum en Downtown Tokio meer het geografische centrum; maar als je het centrum op wil zoeken in de vorm van de meeste winkels, restaurants en de beroemde sfeer van Tokio tussen de vele neonreclames, dan zit je goed in de wijk Shibuya. Overdag bezoeken we daar ook één van de meest beroemde plekken van Tokio, namelijk ’s werelds drukste kruispunt. De Shibuya Crossing heeft vier zijdes met zebrapaden en dan nog eens twee diagonale, waarover elke vijf minuten een stroom van wel honderden mensen elk stukje asfalt onzichtbaar maakt. Zodra het rood is, verdwijnt diezelfde mensenmassa weer op miraculeuze wijze en racen de auto’s meteen weer door. De Starbucks vlak naast dit kruispunt moet wel één van de drukst bezochte zijn van de heel de wereld, alleen al omdat wij en een hoop andere toeristen hier vanaf de tweede verdieping uren kunnen kijken naar het spektakel dat zich vlak onder onze neus afspeelt. Daarnaast is hij natuurlijk ook gewoon zo druk vanwege de mensenmassa zelf; een kopje koffie halen in deze Starbucks kost je zo een half uur, met een rij tot ongeveer de hoek van de straat.

De shibuya crossing moet je als reiziger gewoon meemaken. Bizar hoeveel mensen er steeds weer oversteken.

Als het schemerig begint te worden, lopen we een stukje vanaf de drukke straten van Shibuya naar de Hikarie Building, een wolkenkrabber waarin een aantal restaurants en art galleries gevestigd zijn. Je kunt er gratis naar een lounge op de elfde verdieping en vanaf daar zien we hoe alle neonlichten langzaam aan beginnen te gaan. We zien de zon ondergaan, terwijl het decor langzaam begint te veranderen in een soort caleidoscoop van kleurtjes en lichtjes. En ook het drukke kruispunt zien we vanaf hier; onveranderd druk, alleen hebben de zakenlui plaats gemaakt voor het uitgaanspubliek.
We eten in Shibuya wederom bij ons favoriete restaurant dat we nog kennen van Osaka; een keten met een heel speciaal concept, genaamd Ichiran. Allereerst sta je een tijdje in de rij, want dit restaurant is immens populair onder toeristen en locals. Vervolgens bestel je bij een automaat en vul je in hoe je de zogenaamde Ramen, een Japans noedelgerecht en de enige optie op de menukaart, wil hebben: de dikte van de noedels, de stevigheid, de hoeveelheid peper, met of zonder vlees; ze vragen nog net niet met welke hand je het liefst de lepel vast wilt houden. Dan schuiven we aan bij een bar met allemaal verschillende luikjes, alsof je een afspraak hebt bij de gemeente om je nieuwe paspoort aan te vragen, maar dan heeft elke unit een eigen watertap en een doorgeefluikje naar de keuken. Binnen een paar minuten staan de Ramen op tafel, er wordt een mooie buiging gemaakt en in het Japans wordt iets zoals eet smakelijk gezegd; of je wordt uitgescholden voor rotte vis, want we verstaan er in ieder geval geen letter van. In onze ‘cabine’ hangt overigens nog een bordje, waarop staat dat een tweede keer bestellen verboden is, er moet immers snel weer plaats zijn voor de volgende Ramen-liefhebber. Slurp and go!

Het is prachtig om de vele lichtjes aan te zien gaan in de wijk Shibuya.

Slapen als een kip in een combi-oven

Minstens zo bijzonder als het restaurant Ichiran is het hotel waar we slapen, dat ook volledig in stijl is met de Tokiose drukte, haast en ruimtegebrek. Een redelijk populair concept is het slapen in zogenaamde capsules. In plaats van de bekende stapelbedden, liggen we in Oakhostel Cabin in kleine cabines, een soort containers, die ieder een eigen nachtkastje en een tv hebben. Ze zijn goed geïsoleerd, waardoor je veel minder last van elkaar hebt en toch kunnen er zo twintig mensen op één langwerpige kamer liggen. De hoofdreden dat wij voor dit hotel hebben gekozen vannacht, is echter van een heel andere aard: hier in de buurt gaan we naar de absolute nummer één attractie van Tokio!

Het lijkt misschien eng en claustrofobisch, maar die capsules zijn echt heel chill!

Een nachtje wakker blijven voor de wereldberoemde Tsukiji Fish Market

Eén van Tokyo’s meest unieke bezienswaardigheden is de Tsukiji Fish Market. Overdag is het al bijzonder genoeg om te zien hoe duizenden mensen door elkaar krioelen over de Wallstreet van de vishandel, maar ’s nachts vindt het echte spektakel plaats. De mooiste en duurste tonijnen van soms wel tweehonderd kilo worden dan geveild en gaan de deur uit voor tienduizenden euro’s. Chefkoks van de beste sterrenrestaurants over de hele wereld halen hier de allerbeste tonijn. De ‘show’ begint vijf dagen per week om een uur of vijf ’s nachts en er worden slechts 120 toeristen toegelaten om erbij te zijn. Zodra 120 mensen zich voor vijven hebben verzameld, gaat de deur dicht en als je daarna komt, heb je pech. Dat lijkt veel, maar vanwege de populariteit is het tijdstip dat mensen in de rij gaan staan al verschoven naar een uur of twee ’s nachts.
Suus en ik hebben een hostel geboekt op ongeveer twintig minuten fietsen van de entree. We gaan vroeg naar bed en zetten de wekker midden in de nacht. Zo ongeveer slaapwandelend, of fietsend in dit geval, komen we aan bij de vismarkt, maar we staan meteen midden in de chaos van honderden steekwagentjes en vrachtauto’s die hier rond racen om de vis op tijd op de goede plek te brengen. De vismarkt blijkt ongeveer zo groot als een hele woonwijk! Waar is de ingang? Waar moeten we ons melden? Het is allemaal niet zo duidelijk als we dachten. We spotten een Duitser die ook compleet verdwaald is en samen vragen we overal de weg. De tijd tikt door en de ingang blijkt een heel stuk de andere kant op. Wij fietsen en de Duitser sprint achter ons aan, terwijl we onderweg steeds meer toeristen zien. We halen ze in, dus wie weet zijn we nog op tijd. Als we eindelijk de ingang vinden en we krijgen ons felbegeerde ticket in handen, staat er een nummer op: we zijn nummer 117 en 118. Er komt nog geen seconde na ons een groepje van vier, waarvan de helft naar huis moet en de deur valt met een harde klap achter ons dicht. Met een hartslag als een bubbling remix uit 2004 komen we nog bij van de race tegen de klok, maar wat hebben we een geluk gehad.
De volgende drie uur zitten we met 120 man in een grote wachtkamer op de grond en krijgen allemaal een felgekleurd hesje aan. Het lijkt wel oorlog buiten terwijl we in een schuilkelder zitten. Als we aan de praat raken met twee gasten uit Californië, doden we de tijd en levert dit avontuur ook nog een hele gezellige nacht op. De eerste zestig mensen worden om vijf uur opgehaald en rond half zes zijn wij aan de beurt; stapvoets lopen we met de groep door de chaos van de vismarkt naar een grote ijskoude ruimte waar tonijnen liggen met het uiterlijk van atoombommen; joekels van een paar honderd kilo. De Japanse experts lopen langs de vissen en maken aantekeningen, terwijl ze wat ruiken en voelen aan de vissen. Dan klinkt de bel en wordt er heftig door elkaar geschreeuwd, terwijl de veilingmeesters nog harder boven de groep uit schreeuwen. Sommige dansen en zingen zelfs een beetje als onderdeel van het hele ritueel. De tijd is op en sommige mensen zien er blij uit, terwijl anderen balen. In twintig minuutjes vliegen er miljoenen euro’s rond voor onze neus.
De hele ervaring van de tonijnveiling was bizar. De show was gaaf, maar het tafereel eromheen, de exclusiviteit, het tijdstip en de spannende race maken deze ervaring een must-do in Tokio. We fietsen snel terug om in onze cabines nog wat slaap mee te pakken!

Een ervaring voor het leven. Wij waren erbij! En nu snel sushi eten..

Manhattan aan de baai van Tokio: Daiba

In veel opzichten is de hoofdstad van Japan te vergelijken met New York: de ontelbare wolkenkrabbers, de drukke avenues, de ligging van de stad aan het water en de hele sfeer van deze hectische wereldstad. Vandaag komen we er zelfs achter dat Japanners ook voor New Yorkse vakantiefoto’s niet het land uit hoeven. We maken een uitstapje naar het eiland Daiba, waar een replica staat van het vrijheidsbeeld. Door de positie langs het water, de wolkenkrabbers eromheen en vooral de indrukwekkende Rainbow Bridge op de achtergrond, staat die ook nog eens midden in een decor dat New York zou kunnen voorstellen: een bizar stukje Japan. Terwijl we er foto’s staan te maken, zien we zelfs een Japanse filmploeg scènes opnemen alsof de acteurs in Amerika zijn!
De rest van het eiland is ook de moeite waard voor een wandeling; het Fuji-TV-gebouw heeft iets weg van een Star Wars-ruimteschip en voor de deuren van een gigantisch winkelcentrum, staat een levensgrote Gundam, een robot uit een populaire Japanse animatieserie. Ons uitstapje naar het eiland Daiba, waar we met een trein naartoe gaan, geeft ons ook een beeld hoe immens groot deze stad wel niet is. Vanaf het middelpunt van Tokio kan je alle kanten op, een uur in de trein zitten en je bent pas in de buitenwijken, waar ook nog steeds gigantische wolkenkrabbers staan.

Het is toch net alsof ik in New York verzeild ben geraakt? Hoe dan!

De chaos van Tokyo’s metrostations: een race tegen de klok

Als we vanaf Tokio een nachtbus gereserveerd hebben naar Kanazawa, leren we de stad weer een stukje beter kennen. Toevallig vertelde ik Suus al over het metrostation Shinjuku, dat bekend staat als het grootste en drukste station ter wereld; te vergelijken met de gemiddelde Primark-winkel op zaterdagmiddag, maar dan nog honderd keer zo groot. Je kunt er dagen lang onder de grond rondzwerven, eten, slapen, winkelen, arcade games spelen en vooral: verdwalen. Het zou me niets verbazen als er weleens toeristen vermist zijn geraakt in deze levende versie van ‘het betoverde doolhof’.
Pas als we ’s avonds met een drankje in de bar van ons hostel zitten en op de e-mail kijken, beseffen we dat het nog weleens moeilijk kan worden. Onze bus vertrekt namelijk vanaf ‘Shinjuku Bus Terminal 4F’, wat vrij vertaald zoiets betekent als: jammer jongens, bus gemist. We hebben nog maar vijftig minuten en de metro doet er wel veertig over; zeker als we bij het overstappen ook al twee hele drukke stations door moeten rennen. We worden behoorlijk zenuwachtig als ook nog blijkt dat de metro helemaal aan de verkeerde kant van het monsterstation stopt, met nog maar tien minuten op de klok. We knopen alle bagage goed vast, gaan alvast vooraan staan om uit te stappen en als de metrodeuren open gaan, klinkt voor ons het startschot voor een race tegen de klok. Als twee bulldozers met turbo-injecties vliegen we door het station, terwijl we geen tijd hebben om de arme Japanners op ons pad te ontwijken. Waar zijn de bordjes? Of beter gezegd, waar staat iets over bussen tussen de andere 1478 bordjes!? We vragen aan willekeurige Japanners de weg, maar niemand heeft enig idee. Met nog vijf minuten op de klok ziet Suus voor het eerst iets over een Bus Terminal. We volgen de aanduidingen en rennen onder wel twintig Bus Terminal-pijlen door, maar af en komt er weer een splitsing zonder bordje. Zenuwslopend dit! Dan komen we op een punt waar we alleen naar buiten kunnen, zonder enige aanduiding! Puur op het gegeven waar noord en zuid zich bevinden, ren ik over een druk kruispunt terwijl het stoplicht bijna rood wordt. Suus roept: ik kan niet meer! Maar deze bus missen zou ons ongeveer 180 euro kosten, dus we moeten blijven rennen. Om de hoek zie ik dan de bus terminal, maar het is mega-druk! Al roepend ren ik dwars door de menigte en maak de weg vrij voor een uitgeputte Suus; we hebben in acht minuten meer dan een kilometer afgelegd met zo’n veertig kilo bagage, waarbij spijtig genoeg zo’n zeventien Japanners gewond zijn geraakt. Alles om die bus te halen! Nog twee minuten. Ik vlieg over de roltrappen, maar nergens staat aangegeven op welke verdieping we zijn. Door de verwarring gaan we zelfs nog een keer te ver door en weer terug, maar dan roept Suus naar de eerste de beste verkeersagent welke bus we zoeken. De sympathieke jongen van een jaar of twintig kijkt snel op zijn lijstje, verandert ter plekke in sprintkampioen Usain Bolt en rent voor ons uit naar de andere kant van de terminal. Willer Express! We hebben de bus gevonden en terwijl de motor al draait, overhandigen wij trots ons kaartje aan de buschauffeur: totaal buiten adem en bezweet als een ijsbeer in de Sahara. Ik geef Japanse Usain Bolt een high five en onze dag kan niet meer stuk. Shinjuku, we beat you!

Wordt vervolgd..

In het laatste deel van onze reis door Japan bezoeken we de Japanse Alpen om de mooiste natuur van Japan te vinden en even aan de hectiek van de Japanse steden te kunnen ontsnappen. De volgende missie wordt het vinden van de zogenaamde Snow Monkeys, de enige apensoort ter wereld die aan wellness doet, door met de hele groep in een natuurlijke hotpool te duiken als het koud is. Dat moet ik zien!

Leave a reply

Your email address will not be published.

Theme developed by TouchSize - Premium WordPress Themes and Websites